Begeleiding

Begeleiding groep
Begeleiding vindt plaats in kleine groepen en volgens de methodiek ‘Geef me de 5′. Dit betekent dat er gewerkt wordt vanuit een basisstructuur, waardoor een veilige plek voor de kinderen ontstaat. Hierdoor krijgen ze de mogelijkheid om zich te ontwikkelen tot zelfstandigheid. Kinderen worden zoveel als mogelijk is, handvatten meegeven, zodat ze het leven kunnen leven, in plaats van te moeten overleven.
Buitenhorst biedt een gestructureerd, maar ook afwisselend programma, dat duidelijkheid biedt op de vragen Wie, Wat, Waar, Wanneer en Hoe. We sluiten aan bij de motivatie van het kind. We verplaatsen ons in zijn brein en manier van denken waardoor je ook zijn gedrag kunt plaatsen. Dit noemen we “de Auti-bril” opzetten. We gebruiken naar het kind toe de  auti-communicatie. Dit is concreet, kort en duidelijk communiceren op de 5.  Situaties worden ondertiteld om kinderen inzicht te geven in hun gedrag.

 

Individuele begeleiding
Kinderen met ASS hebben vaak nodig dat ze vaardigheden 1 op 1 aangeleerd krijgen. Hiervoor kan individuele begeleiding worden ingezet. Binnen deze begeleiding kan worden gewerkt aan emoties; hoe voel je emoties en wat doe je als je boos bent? Wat is verdriet, maar ook, hoe moet je plannen en organiseren? Je leert oorzaak en gevolg aan elkaar te koppelen. Het aangeleerde wordt in praktijksituaties geoefend. Dit zorgt ervoor dat kinderen met ASS het aangeleerde gedrag ook kunnen toepassen in de praktijk.

 

Ouderbegeleiding
Ass is vaak aan de kinderen niet te zien waardoor onbegrip vanuit de buitenwereld ontstaat en ASS als een opvoedingsprobleem wordt bestempeld. Ouders hebben professionele ondersteuning nodig in het hoe van de opvoeding van hun kind met ASS. Net als een doof kind waarvoor de ouders gebarentaal aangeleerd krijgen, zo hebben ouders ‘Geef me de 5’ nodig om thuis in te kunnen zetten ten behoeve van hun kind. Ouders kunnen hierin begeleiding krijgen vanuit Buitenhorst door middel van deze methodiek. Dit geeft veiligheid zodat het kind zich beter kan ontwikkelen.

Susanne: “Als iemand ineens zegt: “Pak dat even voor mij.” Dan moet ik eerst denken, oh, jij zegt iets. Dan denken wat zei jij. Dan oh, ik moet wat doen. Dan oh, dat wordt gezegd. Dan kan ik het gaan doen. Probleem is dat het dan niet direct gebeurt en dan kan het zijn dat er gezegd wordt: “Ga eens door of schiet eens op.” Dat is nog lastiger, want dan moet je weer opnieuw gaan nadenken. Juist dan kan je boos worden.”

Adriaan: “Ik heb geleerd met mijn autisme om te gaan door veel te oefenen en als er iets fout ging er over te praten en het opnieuw te doen.”