Ouderbegeleiding


Autisme is voor de buitenkant onzichtbaar. Dit betekend dat ouders vaak niet begrepen worden, doormodderen, schuldgevoelens op bouwen, gaan twijfelen aan zichzelf en daardoor in een negatieve spiraal terecht komen. In het hoofd van een persoon met ASS gaat de verwerking van de informatie anders.

De eisen die gesteld worden aan personen met autisme zijn gelijk aan personen zonder autisme. Dit trekt door op alle terreinen: school, gezin, familie, clubs, omgeving en later werk.

Als we dit vergelijken met een persoon die doof of blind is of in een rolstoel zit, dan passen we onze verwachtingen aan. Alleen bij autisme, omdat het niet zichtbaar is, maar wel degelijk een stoornis in de hersenwerking is, gaan we opeens eisen dat ze kunnen functioneren alsof ze geen stoornis hebben.

Autisme laat op 8 gebieden storingen zien, waarbij gefragmenteerde informatieverwerking door het hele brein plaatsvindt.

Dit zijn de gebieden waarop iemand met autisme problemen ondervindt in zijn leven:

  • sociale informatie niet herkennen
  • foute koppeling maken
  • over- of ondergevoelig reageren
  • moeite met betekenis verlenen
  • chaotische informatie opslaan
  • referentiekaders missen
  • informatie niet weggooien

Ouders hebben hierin begeleiding nodig om te leren zien wat is het autisme bij mijn kind en wat is de aanpak.

Plan op maat per gezin:

  • wat is autisme
  • hoe ziet autisme eruit
  • overprikkeling
  • sociale informatie
  • omgeving/familie
  • geef me de 5
  • basisstructuur
  • Brainblocks
  • inzicht in zichzelf en in de ander
  • school
  • sociaal/emotioneel

Al deze gebieden moeten aan de orde komen, want dit is de basis om met autisme om te kunnen gaan en in het gezin te kunnen functioneren. Ouders vertrouwen geven in hun kunnen en erkenning geven voor het autisme was niet zichtbaar is, maar wel 24-uur per dag aanwezig is. Kinderen met ASS moet vaardigheden worden aangeleerd op praktisch, sociaal en emotioneel gebied. Hierdoor geven we iemand met autisme tools om te leren leven. Hoe jonger het kind is, hoe automatischer er dit inslijt. Patronen zijn nog niet ontstaan en spelenderwijs leren de kinderen vaardigheden aan.

Ouders leren naar de oorzaak te gaan en niet op gedrag te gaan zitten. Ze leren wat hun kind aan kan en op welk moment. Ze leren hun rol van beschermend naar sturend om te zetten.